De tienjarige Wo Tu droomt ervan een waterpistool te hebben, net als de andere jongens in zijn dorp. Hoewel zijn vader het hem beloofd heeft, lukt het hem niet om er een uit de stad mee te nemen. Maar er is één hoop voor Wo Tu: zijn stervende grootvader verzekert hem dat hij zijn wens als geest zal vervullen. Na zijn dood bezoekt de oude man de jongen in zijn dromen en begint een speurtocht. Al snel vervagen de grenzen tussen werkelijkheid en droom, verleden en heden steeds meer. Een portret van de diepe liefde voor het land, over drie generaties van een familie in het moderne Chinese plattelandsleven.