Review: A Knight of the Seven Kingdoms Thom Wijnhorst, 14 januari 2026 Vanaf de eerste minuten maakt A Knight of the Seven Kingdoms duidelijk dat het een ander soort Westeros-verhaal wil vertellen dan Game of Thrones. Niet groter of luider, maar kleiner, persoonlijker en met opvallend veel vertrouwen in zijn eigen toon. Dit is een spoilervrije review van A Knight of the Seven Kingdoms, oorspronkelijk geschreven voor onze vrienden van IGN Benelux. Lees hier de volledige review. Die andere toon wordt in de eerste vijf minuten meteen glashelder neergezet, in een moment dat je niet snel vergeet. De serie laat al vroeg zien dat ze de verwachtingen die Game of Thrones heeft gecreëerd met een knipoog benadert. Het is geen flauwe grap, maar een zelfverzekerd statement. De serie volgt Ser Duncan the Tall, een rondreizende ridder zonder naam of status, die samen met zijn jonge schildknaap probeert zijn plek te vinden in Westeros. Wat begint als een eenvoudige poging om mee te doen aan een toernooi, groeit uit tot een verhaal over eer, keuzes en de gevolgen daarvan. A Knight of the Seven Kingdoms speelt zich af in de periode tussen House of the Dragon en Game of Thrones: een tijd waarin de Targaryens hun macht nog niet zijn kwijtgeraakt, maar het vertrouwen in hun heerschappij langzaam begint af te brokkelen. Die historische context blijft grotendeels op de achtergrond, maar geeft extra gewicht aan de persoonlijke verhalen die centraal staan. Visueel zit de serie vanaf het begin sterk in elkaar. A Knight of the Seven Kingdoms is prachtig gefilmd, met veel aandacht voor landschappen, kostuums en kleine details. Westeros voelt alsof je thuiskomt bij de eerste paar seizoenen, zonder dat de serie ooit de behoefte lijkt te hebben om te imponeren met bombast. De camera laat scènes ademen, in plaats van constant te jagen op spektakel. Ook de muziek stelt niet teleur. De score sluit naadloos aan bij wat we gewend zijn van het Game of Thrones-universum, maar voelt nooit opdringerig of nostalgisch om de nostalgie. De muziek ondersteunt sfeer en emotie, zonder het verhaal naar zich toe te trekken. De casting is bijzonder raak. Peter Caffley zet Ser Duncan the Tall neer als een fysiek imposante, maar emotioneel onbeholpen hoofdpersoon. Hij speelt Dunc niet als een klassieke held, maar als iemand die zijn eigen idealen nog probeert te begrijpen. Dat maakt hem meteen geloofwaardig en sympathiek. Daartegenover staat Dexter Sol Ansell als Egg. Ansell weet precies de juiste balans te vinden tussen scherpte, nieuwsgierigheid en jeugdig zelfvertrouwen. Zijn spel vormt een perfect tegenwicht voor Dunc en geeft hun onderlinge dynamiek energie en ritme. Een absolute uitschieter is Daniel Ings als Lyonel “the Laughing Storm” Baratheon. Ings domineert elke scène waarin hij verschijnt. Zijn Lyonel is groter dan het leven, charismatisch en onvoorspelbaar, en brengt een energie met zich mee die het scherm volledig naar zich toe trekt. Het is een rol die gemakkelijk te veel had kunnen zijn, maar hier juist perfect in balans blijft. Ook binnen het Targaryen-kamp weet de serie indruk te maken. De manier waarop sommige leden van het huis worden neergezet, roept herinneringen op aan Joffrey uit Game of Thrones: verwend, onberekenbaar en gevaarlijk wanneer macht te vanzelfsprekend wordt. Finn Bennett zet prins Aerion Targaryen neer met precies die ongemakkelijke energie. Zijn spel is intens en dreigend, zonder te vervallen in een karikatuur. Wel is dit een serie die om geduld vraagt. De eerste twee afleveringen nemen bewust de tijd. Het verhaal draait vooral om Duncs poging om mee te doen aan het toernooi en om het neerzetten van sfeer, personages en onderlinge verhoudingen. Wie hier meteen grote plotwendingen of escalatie verwacht, zal het tempo traag vinden. Daarbij helpt het dat de serie bewust compact is opgezet. A Knight of the Seven Kingdoms bestaat uit zes afleveringen van ongeveer dertig tot veertig minuten, waardoor het rustige tempo nooit verzandt. De beperkte speelduur houdt het verhaal scherp en maakt het makkelijker om mee te gaan in de langzame opbouw. Dat geduld betaalt zich echter ruimschoots uit. Vanaf aflevering drie krijgt het verhaal duidelijk meer lagen en groeit de emotionele en morele inzet. Aflevering vier is een absoluut hoogtepunt en behoort wat mij betreft tot de sterkste afleveringen binnen het Game of Thrones-universum. Wat daarbij opvalt, is hoe toegankelijk de serie is. Ik heb A Knight of the Seven Kingdoms zelf samen met mijn vrouw gekeken, die niet diep in het Game of Thrones-universum zit, en ook zonder die voorkennis is het verhaal uitstekend te volgen. De serie leunt niet op lore, maar op duidelijke personages en herkenbare conflicten. Tegelijkertijd is er voor kenners genoeg te ontdekken. De serie speelt zich af in een voor Westeros belangrijke overgangsperiode, en wie bekend is met het universum zal regelmatig subtiele verwijzingen en achtergronddetails herkennen. Die worden nooit opgedrongen, maar verrijken het verhaal voor wie ze ziet. Wat A Knight of the Seven Kingdoms vooral goed doet, is trouw blijven aan zijn eigen schaal. De serie probeert nooit alsnog groter of bombastischer te worden om te concurreren met eerdere Westeros-verhalen. Juist door die beheersing voelen keuzes en conflicten betekenisvol. Niet iedereen zal hier meteen op aanslaan. Kijkers die Westeros vooral associëren met draken, veldslagen en politieke machinaties zullen moeten schakelen. Maar voor wie openstaat voor een intiemer, menselijker verhaal binnen deze wereld, laat deze serie zien hoe sterk het Game of Thrones-universum kan zijn zonder steeds groter spektakel. CIJFER: 9/10