In het eerste seizoen maken we kennis met Tamar Rabinyan, die undercover naar Teheran wordt gestuurd om een Iraans luchtafweersysteem te saboteren. Wanneer de missie mislukt, raakt ze geïsoleerd en moet ze zien te overleven in een stad waar elke stap gevaarlijk is. Terwijl Mossad-agenten op afstand proberen haar te helpen, ontstaat een kat-en-muisspel met de Iraanse veiligheidsdiensten. Het seizoen zet de toon met hoge spanning, morele grijstinten en een voortdurende strijd tussen plicht en persoonlijke overtuiging.
Seizoen twee bouwt voort op de gevolgen van de eerste missie. Tamar raakt verder verstrikt in het Iraanse netwerk, terwijl de conflicten tussen Mossad en hun tegenstanders escaleren. Nieuwe bondgenoten en vijanden duiken op, en de psychologische druk neemt toe. De serie verdiept zich meer in de motieven van beide kanten, waardoor de strijd minder zwart-wit wordt en de spanning nog persoonlijker en intenser aanvoelt.
In het derde seizoen van Tehran verschuift de focus verder naar de internationale gevolgen van de eerdere missies. Tamar Rabinyan bevindt zich opnieuw in een uiterst gevaarlijke positie, waarin haar verleden haar blijft achtervolgen en elke beslissing verstrekkende consequenties heeft. De spanningen tussen Israël en Iran lopen verder op, terwijl nieuwe machtsverhoudingen en belangen het speelveld veranderen.
Waar eerdere seizoenen draaiden om infiltratie en overleven, lijkt seizoen drie zich sterker te richten op psychologische oorlogvoering, vertrouwen en verraad. Tamar wordt geconfronteerd met tegenstanders die haar strategieën doorzien en bondgenoten bij wie loyaliteit niet langer vanzelfsprekend is. De serie blijft trouw aan zijn realistische toon en morele complexiteit, waarbij persoonlijke keuzes onlosmakelijk verbonden zijn met geopolitieke dreiging.