Onze geschiedenis kent trotse, krijgshaftige periodes, maar een land dat houdt van wapengekletter, heldendom of parades is Nederland niet. Ontnuchterende militaire ervaringen in de 20e eeuw, zoals de meidagen in 1940, Nederlands-Indië en Srebrenica, hebben onze houding gecompliceerd. In de zeventiende eeuw had Nederland het beste leger van Europa. Prins Maurits voerde rond 1600 ongekende innovaties door en op zee werden we de sterkste mogendheid. We vereerden helden als Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp over wie we nog steeds op school leren. Hoe kijken we tegenwoordig naar ons militaire verleden en onze krijgsmacht? Deze vraag staat centraal in een reeks van drie colleges. Militair historicus Christ Klep beschrijft de worsteling van Nederland met zijn militaire identiteit en biedt een rijk, soms verrassend beeld van onze omgang met het leger, van de zeventiende eeuw tot nu. Hij bespreekt uitgebreid de rol van de krijgsmacht en die van de maatschappij en hun vaak ongemakkelijke verhouding. Hij behandelt ook de invloed van de dienstplicht op de militaire identiteit. Van de Napoleontische conscriptie en de vrijgevochten jaren zeventig tot de hedendaagse discussie over heractivering in een snel veranderende wereld van bondgenoten en vijanden. Inhoud College 1. Historische blik op de Nederlandse militaire identiteit H1. Heeft Nederland een militair DNA? Het traditionele, vredelievende zelfbeeld H2. De Nederlandse krijgshaftigheid door de eeuwen heen College 2. Huidige blik op de Nederlandse militaire identiteit H3. De krijgsmacht: cultuur, vechtbereidheid en de band met de politiek H4. De maatschappij en de krijgsmacht: afspiegeling, zichtbaarheid en de omgang met helden College 3. Dienstplicht en militaire identiteit H5. Van Franse dienstplicht tot vrijgevochten leger: opkomst en vermaatschappelijking van de Nederlandse dienstplicht H6. Verzet, nostalgie en de toekomst van de dienstplicht