West-Afrika 1923. In de Britse kolonie is de zwarte Mister Johnson een echt buitenbeentje. Niet alleen is hij geletterd en werkt hij als klerk voor de plaatselijke magistraat Harry Rudbeck, hij kleedt zich als een blanke en laat uitschijnen dat Engeland zijn thuisland is, ook al is hij er nog nooit geweest. Het is Johnsons grote droom om een man van aanzien te worden en daar heeft hij heel wat geld voor over. Helaas is hij niet zo welgesteld en moet hij al sjoemelend het hoofd boven water trachten te houden. Zijn frauduleuze praktijken hebben echter dramatische gevolgen.