Henriëtte Roland Holst tekent Jean-Jacques Rousseau niet als een stoffige denker uit de achttiende eeuw, maar als een levend, innerlijk bewogen mens: gevormd door Genève, Parijs, zijn zwervend bestaan en een blijvende eenzaamheid. In het republikeinse Genève, met zijn protestantse soberheid en burgerlijke krijgstucht, groeit een kind op dat al vroeg doordrenkt raakt van patriottische trots, klassieke heldenverering en burgerdeugd. Zijn vader Isaac, zijn levenslustige moeder Suzanne Bernard, de tedere zorg van een tante en de jaren in Bossey, waar natuur, spel en vriendschap hem even beschermen, leggen de grondslag voor zijn gevoelige, verbeeldingsrijke geest — maar ook voor zijn blijvende wantrouwen na een onrechtvaardige straf. Vanuit die jeugd groeit Rousseau uit tot de schrijver van eenvoud, vrijheid en morele ernst, en tot een denker die de Franse Revolutie diep heeft voorbereid. Zijn ideeën over gelijkheid, burgerdeugd, opvoeding en natuur werkten door in uiteenlopende revolutionaire stromingen, van gematigde constitutionelen tot Jacobijnen, Robespierre en Baboeuf. Tegelijk laat dit boek zien hoe Rousseau het classicisme doorbrak, de romantiek voorbereidde en de moderne literatuur mede vormgaf. Zijn nalatenschap blijft een scherpe vraag aan de samenleving: hoe verhouden individu en gemeenschap, gevoel en rede, vrijheid en rechtvaardigheid zich tot elkaar? Deze editie is volledig gerestaureerd met moderne typografie en een op maat ontworpen omslag.