Virginia Woolf moet een lezing geven over vrouwen en literatuur — en begint met een eenvoudige observatie: om te schrijven heeft een vrouw twee dingen nodig die haar meestal werden ontzegd — een eigen inkomen en een kamer met een deur die op slot kan. Ze verzint Shakespeares even begaafde zus en vraagt zich af wat er van haar geworden zou zijn — en vindt in de boekenkasten talloze boeken over vrouwen, maar nauwelijks een boek dat door een vrouw zelf is geschreven. Met humor en woede toont Woolf hoe sterk talent afhangt van ruimte en geld. Virginia Woolf publiceerde Een kamer voor jezelf in 1929. Deze nieuwe vertaling ontsluit een essay dat met heel andere ogen naar de eigen boekenkast laat kijken.