In deze verzameling keert Manuel García terug naar de vriendschap die ooit alles leek, en die jaren later plotseling een andere kleur krijgt. Twee mannen die elkaar sinds de middelbare school kennen, vinden elkaar terug in Milaan. Wat begint als een toevallige ontmoeting in een restaurant, verandert in een langzaam ontwakend verlangen dat de een nooit had durven benoemen en de ander nooit had verwacht. Het titelverhaal is het meest ontroerende van de bundel omdat het de stille verschuiving van vriendschap naar iets diepers vastlegt. De herwerkte kern: hij loopt door de gang, ziet de badkamerdeur op een kier, en blijft staan. Stefano, net uit de douche, met de zachtere lijnen van de middelbare leeftijd. Voor het eerst ziet hij hem echt – de billen, de schouders, de bobbel in de boxershort – en voelt hoe jarenlange verdringing in één moment uiteenspat. Later, op het balkon met een biertje, blijft die blik hangen, zacht en onomkeerbaar. García schrijft hier over mannelijke erotiek met een zeldzame, nostalgische warmte. Een verhaal dat je langzaam binnenlaat en niet meer loslaat.