Manuel García schetst hier het huwelijk als een ruimte waarin geheimen en verlangens naast elkaar bestaan. Een man keert uitgeput thuis, en zijn vrouw vraagt naar de nasleep van een eerdere ontmoeting. Wat volgt is een lang, gedetailleerd verslag van een middag waarin hij opnieuw wordt meegenomen door twee mannen die hem al kennen – en hem opnieuw willen. Het titelverhaal is het meest meeslepende van de bundel omdat het de spanning tussen schaamte en genot tot in de kleinste details uitwerkt. De herwerkte passage: hij zit naast Omar op de bank, voelt de hand die langzaam naar zijn billen glijdt, en laat zich meenemen naar de schaduwkant van de kamer. Daar wordt hij genomen alsof hij een vrouw is, opgetild, neergezet, weer opgetild – terwijl de andere man in de keuken de lunch bereidt. Later, wanneer vrienden binnenkomen, blijft hij waar hij is, en de overgave wordt publiek zonder ooit echt publiek te worden. García schrijft over passie tussen mannen met een mengeling van tederheid en rauwe eerlijkheid. Een verhaal dat de lezer dwingt te blijven kijken, ook wanneer het ongemakkelijk wordt.