In dit vierde deel van De Ellendigen verbindt Victor Hugo grootse geschiedenis met felle morele kritiek. Hij opent met een plechtige beschouwing over de Juliomwenteling van 1830, de Restauratie en de val van de Bourbons, en laat zien hoe recht, feit, macht en vooruitgang voortdurend met elkaar botsen. Revolutie verschijnt niet als chaos alleen, maar als een zeldzaam moment waarop vrijheid, gelijkheid en legitimiteit opnieuw worden beproefd. Daaruit groeit een indringend portret van Lodewijk Filips: een burgerlijke koning, bekwaam en voorzichtig, maar ook beperkt door huiselijkheid, berekening en een gemiste roeping tot grootheid. Vervolgens daalt Hugo af in de wereld van misdaad en argot, waar Gavroche, Thénardier en de dieventaal de schaduwzijde van armoede, uitsluiting en overlevingsdrang onthullen. Tegelijk onderzoekt hij de sociale kwestie als een ziekte van de samenleving, waarbij onderwijs, arbeid, rechtvaardigheid en morele verheffing de enige ware remedies zijn. Tegen deze achtergrond klinken de kernwoorden: waken en hopen. Zelfs in ellende blijft de mogelijkheid van vooruitgang bestaan. Deze editie is volledig gerestaureerd met moderne typografie en een op maat ontworpen omslag.